Hij huilt denk ik van blijheidmaandag 23 maart 2009
Double B-day Bash, Bonen en ナンパ
Hij huilt denk ik van blijheiddonderdag 12 maart 2009
Yabei Okinawa; Nautische en Tropische Gevoelens
De Okinawa-reis zou een tweepersoons-trip zijn, omdat enkel Maaike en ik de interesse en de financiën hadden om maar het liefst zes dagen door te brengen op dit tropische eiland ten zuiden van Japan. We boekten onze vliegtickets een maand geleden en hadden het geluk dat onze heenvlucht 's ochtendsvroeg was en onze terugvlucht 's avond laat zou zijn. En 's ochtendsvroeg, betekent daadwerkelijk at the crack of dawn.. Nou was mijn slaapritme al enigszins off track, omdat ik telkens weer rond vieren naar bed ging en ergens in de middag opstond. Nou was het erge aan de dag voor vertrek dat ik nog samen met Rolf 'Slumdog Millionaire' tot drie uur 's nachts had zitten kijken en eigenlijk twee uur later moest opstaan, maar ik ben een bikkel met het volledige vertrouwen in mijzelf dat ik minstens een hele dag op mijn voetjes kon blijven staan. Met dit zelfvertrouwen stond ik daadwerkelijk om half vijf op en pakte nog wat dingetjes in. Een uur later vertrokken Maaike en ik richting bushalte en werden we nog uitgezwaaid door Glynis en Rolf.
Eenmaal op het vliegveld waren we een tikkeltje te vroeg en besloten we te chillen in de Starbucks. Eenmaal incheckt en wel konden we al gauw gaan boarden en na een redelijk spannende vlucht (ik kreeg zoveel hartkloppingen toen er voor de zoveelste keer turbulentie was) landden we al na anderhalf uur in Naha, de hoofdstad van Okinawa!
Dag 1: "Het hostel is ZO pauper, pauper de pauper en het stinkt naar voeten" en 国際通り
Nadat we onze tassen hadden geclaimd gingen we richting monorail, want Naha kent geen treinen of de metro; enkel een super hightech monorail dat men binnen een half uurtje van A naar B brengt. Het uitzicht was daadwerkelijk te genieten. De Amerikaanse gevechtsbases die in de verte te zien waren ook wel, want wist je dat Amerikaanse legerbases 40% van Okinawa beslaan? En omdat ik in het tweede semester van het tweede jaar in Leiden mijn sociologie paper over hoe afhankelijk Okinawa van deze bases is had geschreven wakkerde dit soort uitzichten instant mijn interesse aan.
Aangekomen bij onze halte ervaarden we al gauw onze eerste anticlimax: het regende als een malle! Toch wel balend, gingen we maar meteen op zoek naar ons hostel genaamd 'Base-Okinawa'. Met mijn geweldige kwaliteiten om de route te omschrijven en te navigeren kostte het wat tijd om het te vinden. Het hostel zelf was een jawdropping experience, want het werd gerund door leuke Japanse mannen die onze loodzware tassen naar onze dormitory sjouwden. Nadat ik die jongen een "tsuyoi desu ne" (wat ben je toch sterk ;) )toewierp, wuifde hij dit verlegen af en opende onze deur.
Ik hield mijn adem in.
Niet alleen was deze vierpersoonskamer even groot als mijn kamer hier, maar het dekbedovertrek leek meer op een zesmaanden oude theedoek en het kussen was een pittenzak, maar dan minus pitten en plus plastic vierkantjes. Ok, dacht ik bij mezelf, in het donker zie je geen details (ik wil een foute grap maken, maar doe maar niet) en we zouden hier toch alleen 's nachts zijn.. Echter, toen ik mijn huidige situatie prachtig wist te relativeren werd de badkamerdeur geopend. Te zien; een ongelooflijk ranzige vloer met als decoratie alle haarkleuren van de regenboog, een WC waar je de stop steeds op zijn plek moest zetten omdat het dan anders niet zou gevuld zou worden en soppige, smerige slippers die immiddels de voeten van iedere Okinawa-backpacker gezien hebben. Ah.. lame!
Na onze spullen gedropt te hebben besloten we de buurt te verkennen. Toen we een paar honderd meter verder liepen en op clubtitels zoals 'Cream' en 'Manzoku-city' (satisfaction city) stuitten, wisten we dat we niet helemaal goed zaten. We hadden ook wel honger, maar hadden het geluk om de meest geniale bentou-zaak van heel Naha tegen te komen! In dit kleine tentje, gerund door Chinezen, kon je je eigen bentou samenstellen. Mijn favorieten waren: gefrituurde tofu met hete saus, varkensvlees in zoet-zure saus en wat groenten met wat goddelijke saus. We kwamen hier tijdens onze Okinawa-week een stuk of vier a vijf keer. Het is alleen jammer dat we onze spaarkaart nooit vol zouden krijgen! ;_;
Na goddelijk te hebben gegeten gingen we meteen richting Kokusai-doori (internationale straat), een waar toeristisch toevluchtsoord bestaande uit souvernierzaken, ijssalons, fastfoodtentjes en foute kroegen zoals 'La Bamba'. Terwijl we in de regen rondslenterden ontdekten we ook een afgedekte winkelstraat genaamd Heiwa-doori (Vredesstraat) waar ik ongelooflijk last van een déjà-vu. (Hama no machi-replica). Nadat we door hadden wat de Okinawaanse meibutsu (specialiteiten) zijn; shiyou chinsukou, goya, benimo (zoute koekjes, een hele bittere komkommer, zoete aardappel) besloten we ijs te eten en langzamerhand terug te keren naar het hostel.Bijna aangekomen bij Base Okinawa stonden we oog in oog met een heus artificieel strand, aan een snelweg nota bene! We besloten met onze konbini-avondeten aan dit strand te zitten en te genieten van de prachtige.. snelweg.
Eenmaal in de gemeenschappelijke ruimte van het hostel had ik de neiging om naar het thuisfront te rapporteren, dus mailde ik Rolf de subtitel van deze paragraaf..
Dag 2: Monsterlijke eenden, de Okinawaanse man, 首里城(Shuri-kasteel)
Omdat Maaike en ik cultureel-verantwoorde dames zijn besloten we het prachtige, knalrode Shuri-kasteel te bezoeken. Na wat ontbijt bij onze nieuwgevonden liefde (het bentou-zaakje) gingen we met de monorail naar de andere kant van Naha. Al gauw vonden we een klein vijvertje en besloten daar wat plaatjes te schieten. Er was daar wel een overvloed aan eenden van monsterlijke proporties..
We bekeken het kasteel, een prachtige poort en hadden een ijsje gegeten onder het genot van een geweldig uitzicht.
Helemaal 満足 (content) gingen we wederom naar Kokusai-doori met een missie om Okinawa-soba te eten. We waren op zoek naar een specifiek tentje, maar konden die natuurlijk niet vinden, dus doken we een of ander klein zaakje in. Eenmaal binnen, raakten we aan de babbel met een gast en de eigenaar. Ik was voornamelijk geïnteresseerd in hoe Okinawanen over de Amerikanen hier dachten, want 40% van Okinawa is base en er lopen nou eenmaal veel yankees rond. Tot mijn verbazing vertelde meneer mij dat menig Okinawaan alles best vond, omdat hij subsidie van Tokyo kreeg. De toeristische kant van Okinawa vond hij prima, want dat brengt geld in de la en de Amerikaanse aanwezigheid vond hij wel allemaal best. Ik slurpte aan mijn soba met een opgetrokken wenkbrauw, want dat was niet de reactie die ik anticipeerde. Blijkbaar zijn er geen hard feelings naar de yanks toe. Ik generaliseer natuurlijk niet, want dit is enkel de mening van een willekeurige meneer in een soba-tent.
Na iets van anderhalf uur gebabbeld te hebben met deze twee heren kwamen Maaike en ik in de Starbucks terecht. Slurpend aan mijn koffie bekeek ik de Okinawaanse mannen die in grote getalen over straat liepen. Drie gedachtes spookten rond in mijn hoofd; 1) mijn god, hier zijn veel meer mannen dan vrouwen, ik moet oppassen dat ik geen bloedneus krijg! 2) mijn god, die gasten hier zijn zo veel langer, breder en gebronsder dan de hoofdeiland-Japanners. (Dat leg ik even uit; Okinawanen zijn o.a een mengelmoes van andere Aziatische landen) 3) mijn god, ze zijn hier niet schuw, maar durven naar Westerse vrouwen te kijken! (Dit dacht ik toen een voorbijganger naar me zwaaide. Dios mio..)
Dag 3: Historisch-verantwoord, Ronny de Ierse hooligan en Amerikaanse mini-mariniers
Waar ik al een tijdje voor zat the lobbyen was een bezoek aan het Vredesmuseum en Memorial Cornerstone of Peace. Dit grote park ligt ten Zuid-Oosten van Naha, dus redelijk ver weg, waardoor we een busritje moesten maken. Het regende op de dag zelf afschuwelijk, maar dit zou nooit te nimmer onze historisch-verantwoorde dag verpesten. Dus, de bikkels die we waren liepen door de regen naar het busstation. Onderweg werden we gewenkt door een taxi-chauffeur die ons wel soort van korting wilde geven. Nog iets specifieks Okinawaans, nergens in Japan heb ik zulke agressieve taxichauffeurs gezien. Ze rijden gewoon keihard naast je als ze merken dat je Naha niet helemaal begrijpt. Schurken! Maar aan de andere kant, Naha is nou eenmaal afhankelijk van de tertaire sector genaamd toerisme.
Toevallig waren we een beetje lui die dag, dus besloten we om met de taxi richting Zuid-Oosten te gaan. Het begon harder te regenen, daarmee werd ik gedwongen om 500 yen neer te leggen voor een crappy paraplu bij een of andere groenteboer. Nou, het moest maar.
In het Memorial Peace Park kon ik mijn ietwat frappante hobby uitoefenen; oorlogsmonumenten bekijken. Van Maaike mocht ik niet meer zeggen dat ik het leuk vond, maar dat ik het interessant vond. Dit probeer ik op de dag van vandaag mezelf aan te leren.
Het sombere weer weerspiegelde de hele atmosfeer rondom het Peace Park. De Pacifische Ocean dreunde woest tegen de rotsen waar we op stonden.
Uiteraard gingen we ook naar het museum. Ik ben blij dat ik ben geweest, want het was daadwerkelijk educatief; er werd ook gelukkig benadrukt hoe de gewone Okinawanen leden onder de oorlog. Dit werd voornamelijk weergegeven door de meest verdrietige, hartbrekende foto's.
Nadat we het museum hadden bekeken besloten we terug te keren naar Naha. Terug in het hostel kwamen we een bepaalde figuur tegen die we al op dag 1 hadden ontmoet. Die gozer is stereotype der stereotypen; een roodharige Ier die trots vertelde hoe lam hij wel niet op iedere dag van de week was. Laten we deze figuur Ronny noemen (nouja, eigenlijk heet hij ook zo..) en Ronny nodigde zichzelf uit voor eten, dus we namen hem mee naar een tentje vlakbij het hostel.
Hoewel Ronny als je standaard voetbalhooligan oogt heeft hij veel meegemaakt in Azië. Zo gaf hij Engelse les in China en maakte zelfs die recentelijke, grote aardbeving mee. In Japan woont hij in Osaka onder het mom van 'docent Engels' en nu vierde hij vakantie op Okinawa. Wat hij in Ierland voor beroep uitoefent? Hij is kok! Verder, die gast is ongelooflijk lomp, zo moest hij zijn Softbank prepaid kaart opladen, maar omdat hij geen woord Japans sprak vroeg hij of we even na het eten meeliepen naar de conbini. Onderweg zat hij te haten op Softbank en noemde het zelfs "Softwank", waar ik al een poos om moet giechelen.. Hoe dan ook, zijn ongeduldigheid toen het arme personeel zijn kaart opwaardeerde was een beetje beschamend en ik voelde dat ik me in het Japans moest veronderschuldigen voor zijn barbaarse gedrag. Toen hij vroeg of we met hem ladderzat wilden worden, hadden we zoiets van.. neh.. en loosden hem bij het hostel.
Heel ambitieus stonden we de volgende dag rond half 9 op, want vandaag stond een uitstapje naar het Noorden op de planning. Daar zou een leuke plek genaamd Ocean Expo Park zijn en we hadden wel zin om allerlei zeebeesten te bekijken. Zo zin dat we een drie uur durende busreis voor over hadden!
Voorzien van conbini-ontbijt gingen we naar de busterminal. De bus bracht ons naar het boerengat genaamd Nago, om daar over te stappen naar het park. Het zure was dat we heel erg van de laatste bus afhankelijk waren en als we die zouden missen zouden we tot in de eeuwigheid in the middle of nowhere gestrand zijn! Hoewel dat avontuurlijk klonk.. leek het me niet de leukste manier om de tijd door te brengen.. hoe dan ook, we hadden maar een miezerige twee uurtjes om in het park rond te lopen! Gaar!
Wel hadden we wat tijd om plaatjes bij de oceaan te schieten en wat zeebeesten te bekijken.
Tja.. toen moesten we de bus hebben. Beetje jammer, maar het regende tenminste amper!
Dag 5: Tropische regenbui en natte sokken!
Op advies van een dormitory-genote en omdat het ons awesome leek, wilden we plekken op een ferry naar het wonderschone eiland Zamami regelen. Het leek ons verstandig om uit te vissen waar de ferry vanaf vertrok en of het überhaupt door ging, gezien alle recentelijke regenbuien.
Enigszins met een omweg bereikten we Tomari-haven, gelukkig kregen we te horen dat er de volgende dag een ferry naar Zamami zou gaan en dat het weer flink zou opklaren. Dit was het enige lichtpuntje van de dag, want ik was zoo chagrijnig. We hadden nog niet ontbeten en we waren doorweekt! Het is een immens klotegevoel om door de straten van een onbekende stad te struinen terwijl het keihard op je neer regent en je crappy paraplu om het punt van sterven staat. Alles, maar dan ook alles was doorweekt. Ik heb gewoon vierentwintig uur lang op natte sokken gelopen! Damn it!
Na te hebben ontbeten bij onze favoriete bentouya besloten we helemaal niets te doen behalve shoppen en ijs eten!
In het winkelcentrum genaamd Ryubo ontdekten we heerlijke cakejes (tayaki). Ik had er een met maccha!
Wat een loze, zaad dag.
Dag 6: 座間味、leuke, intelligente mannen, pracht & praal~
Het weer was wonderschoon! Niets stond ons in de weg, omdat we eindelijk naar een werkelijk stuk paradijs in de Pacifische Oceaan zouden gaan! Onze ferry zou om 10 uur vertrekken en over een kleine twee uur op het eiland Zamami arriveren. Zamami is een van de grootste eilanden in de buurt bij Okinawa. Er zijn wel wat mensen, dus je zou het niet echt onbewoond kunnen noemen. De andere kleine eilandjes zijn dat wel en het lijkt me gewoonweg geniaal om er een keer naar toe te gaan.
Wij waren wederom tijdsafhankelijk en moesten al over een miezerige vier uur op de ferry zitten. Echt zonde, want ik heb nooit het genoegen gehad om op zo'n mooie plek te zijn en wilde er echt langer blijven. Hoe hartbrekend ook, shou ga nai.
Voor ons vertrek hadden we nog even schaafijs gegeten.
Goed en slecht nieuws op dag 7. Het goede nieuws was dat onze vlucht pas om 19:40 ging en het slechte was dat we terug moesten naar Nagasaki!
Vrouwen die we zijn.. het duurde wederom eventjes voordat we het hadden gevonden.
Er waren ook ruimtes waar soldaten staand moesten slapen, omdat er niet voldoende ruimte was.
De enige sneaky foto die ik van onze vriendelijke ijscoman durfde te nemen
Ik vond dat hij Yuuji moest heten en dat hij het liefst op slippers door de straten van Naha struint. Maaike vond hem meer een Kentaro die nog thuis woont met zijn ouders en katten. Ook doet hij aan yoga en heeft een excentrieke levensstijl. We zullen het jammer genoeg nooit weten..
Rond zessen moesten we het kloppend hart van Naha genaamd Kokusai-doori verlaten om met de monorail naar het vliegveld te gaan. Afscheid nemen deed een klein beetje zeer, want Okinawa is super tof.. afgezien van het feit dat het 5 van de 7 dagen regende. Terugkeren naar Nagasaki was vreemd, want het was er zo koud! Hoe dan ook, ik heb in de oceaan kunnen zwemmen, heb leuke kerels ontmoet, heerlijk ijs gegeten en mijn beeld van Amerikanen is enigszins veranderd. Wat goed allemaal!
maandag 16 februari 2009
Mijn Japanse Gezin
Mayu, Oma, Misato, Moeder, twee kleine zusjes
Purikura ~
En dat dan een keer of twintig
Met Misato en MayuAan de eettafel zat ik naast papa Ogawa die mij bier bleef inschenken. Op een lege maag glazen bier drinken is een liability, want voor je het weet zou ik rare dingen gaan roepen. Gelukkig deed ik dit niet en gedroeg ik me netjes. Toen het gesprek over mijn mening betreffende de Japanse keuken gingen zei ik dat er vrij weinig dingen waren ik die niet lustte. "Oja joh.." zeiden papa en mama Ogawa terwijl ze voorstelden dat ik natto en umeboshi moest gaan proberen.
Gekregen; het symbool van de familiezaak. Het symbool is een draak, want papa Ogawa is heel trots op zijn deelname aan Okunchi Oh mijn god! Hoe bedank je iemand voor zoiets? Ik wilde al een tijdje een yukata kopen, maar omdat oma vond, nadat ze de foto's van ons bezoek aan het schooltje had gezien, dat ik er goed uitzag in yukata wilde ze het mij cadeau doen. Ik kreeg ook een band die ze als jonge dame had gedragen! Ik bestierf het.. toen ze ook nog eens: "Denk af en toe eens aan ons en Mayu" zei voelde ik me zoo dankbaar dat ik hier mocht zijn. Ik maakte de meest diepe buiging ooit en bedankte heel de familie.
zondag 1 februari 2009
Winterpret

Op bezoek bij een heuse Japanse basisschool
Hisashiburi ~~~ !
Wats er in januari allemaal in Lena-land keburt? Een hoop, kan ik je vertellen! Vandaar dat ik deze blogpost aan vier events wil wijden. Ja, tanoshinde kure ~
Goed, omdat wij Nagasaki-gangers deel maken uit van het zogenaamde cross-cultural programma moesten wij op 21 januari een bezoekje brengen aan een Japanse basisschool. Hoewel ik kinderen niet zo heel goed kan uitstaan, vind ik Japanse kinderen toch zo onwerkelijk schattig! Wat mensen leuk aan Westerse koters met blauwe ogen, pluizig blond haar en rode appelwangen vinden snap ik nog steeds niet zo heel goed, maar wanneer ik zelf aan de kinderen ga wil ik zekers te weten zo'n schattig Japans kindje! Waarom dit soort gedachtegang me aan een zekere South Park aflevering genaamd "Gingers have no soul" doet denken weet ik niet..
Tonikaku, wij werden heel luxe met de bus bij de uni opgehaald en werden naar naar de andere kant van Nagasaki geëscorteerd. Het schooltje zelf was werkelijk pocket sized en wij werden al gauw begroet door misschien wel een vijfde van de school (20 kids). Nadat wij ons hadden voorgesteld kregen we ieder twee kapot schattige kinders voor de dag. Ik kreeg een jongetje van 9 genaamd Kenshin en een 10-jarig meisje genaamd Ayaka. Ze waren bange kuikens in het begin, maar grepen me al gauw beet en sleurden me mee naar het zogenaamde mochi-maak-proces. Mochi, hoewel het mij nog niet helemaal duidelijk is wat het precies is, is iets in de trant van samengeperste rijst zal ik maar zeggen? En het maken ervan is een heel proces, wij moesten de klus binnen twee uur klaren.
Op een gegeven moment maakten we groene mochi. Nou ja maken, eerder wikkelen in folie en dat vonden de kinderen geweldig. Ik vond het alles behalve geweldig, maar omdat mijn kinders steeds presteerden om vooraan de rij te staan en mij voor te laten was ik gedoemd om minstens een keer of acht zo'n ding in folie te wikkelen. En zoiets simpels en triviaals zou niet compleet zijn zonder iets Renarashii's (typische Lena situatie..). Daar stond ik dus, vooraan in de rij, babbelend met wat vrouwelijke docentes en de sfeer sloeg plotsklaps om toen er de volgende vragen aan mij werden gesteld: "Hoe oud lijk ik? Wie van ons ziet er het jongst uit?"
..
Door iets in de trant van: "Maar dames, jullie zien er allemaal zo super sexy uit" met mijn blik op oneindig te zeggen, dacht ik dat ik mezelf wel uit die benarde situatie had weten te redden. Qudowss voor deze gyaru ~~
Verder deden we wat Japanse spelletjes met de kids en lieten wij ze oldschool hinkelen, maar dit was niet genoeg omdat er nog gezongen moest worden. Zij zongen eerst hun schoollied a capella en er was een duidelijk niveau verschil tussen dat en onze 'Ik heb zo wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd'-oorterreur. De vernedering was immens, maar gelukkig werden wij min of meer bedankt met zakjes vol origami van de kinders.
Kinders zingen hun schoollied voor ons
Verder, was mijn schattige Koreaanse vriendin Seulki jarig! Glynis en ik doen vaak dingen met d'r: zo gaan we vaak uit eten, chillen we in de 'bucks en wandelen we lekker. Maar op haar verjaardag wilde ze met ons een hapje eten in de Shinchi Chinatown van Nagasaki. Dat kwam goed uit, want de beruchte Lantern Festival was gaande. Het festival begint altijd met Chinees Nieuwjaar en heel Chinatown is daarom ook helemaal versierd met knalrode lampionnen en lekkere eetstalletjes. Dus, nadat ik de dag ervoor met mijn brakke hoofd op zoek was gegaan naar het perfecte cadeau was het me gelukt om een schattige knuffel en vriendenboekje op de kop te tikken. Gelukkig vertelde Seulki dat ze al zo'n boekje had willen kopen en sloeg ik dus geen flater.
Jeej met Seulki
Hoteke-sama decoratie tijdens Lantern Festival
Oja, decoratie!
Schattige schaap!Omdat het festival toch nog twee weken zou duren en Seulki terug moest naar de kaikan vanwege het feit dat haar Koreaanse vriendinnen voor dr zouden gaan zingen, besloten we richting huis te gaan. Gelukkig werden Glynis en ik ook uitgenodigd voor het feestje vol schattige taartjes en hapjes. Later kwamen ook Evelien en de enige drie mannen in een kamer vol vrouwen, aanzetten (Martijn, Rolf en Sander). Hoewel de jongens naar de taartjes loerden en niet echt met de meisjes hadden gebabbeld vond ik het een geslaagd feestje en was blij dat Seulki het zo naar d'r zin had.
De drukte hield niet op in januari, want er werd een gigantisch feest voor uitwisselingsstudenten georganiseerd. Takano-sensei (onze contactpersoon/hoofddocent hier..) bleef er maar op hameren dat wij moesten optreden, omdat alle andere landen dit ook zouden doen, maar niemand van ons had eigenlijk de behoefte om en masse te falen. Gelukkig kwamen Matthias, Pyke en Martijn met het briljante idee om te gaan zingen onder de begeleiding van Matthias' ukelele. De driekoppige band genaamd "Honing" beloofde plechtig om "Ik ben zo vrolijk" en "Over the rainbow" te performen.
Op de dag van het feest had ik eventjes met Sander getennist en kwam ik daarna even buren in 401 en zag tot mijn verbazing dat de jongens zich helemaal osshare hadden uitgedost (met colbert en al) en werd het al gauw mijn missie om er ook geniaal uit te zien die avond. Toevallig kreeg ik die dag een pakketje vanuit Nederland van mijn lieve mama met daarin het meest schattige jurkje ooit. Onder het motto "Nieuwe dingen trek je meteen aan" vertrok ik naar het feest. De rest besloot naar de locatie te lopen, maar ik had hakken aan en weigerde om door de regen te ploeteren. Gelukkig was Rolf net zo lui als ik, wat resulteerde in het feit dat wij keihard de tram namen.
Eenmaal aangekomen op de locatie (het was een freaking gala zaal in een Hotel) zag ik dat iedereen zich had uitgedost en voelde ik me meteen goed dat ik er ook kawaii uitzag. "Honing" was al eerder op de locatie om te repeteren en zo liepen we met zijn vijfjes de gigantische zaal binnen. Te zien waren allemaal tafels vol heerlijke, Aziatische, en het meest belangrijke.. gratis hapjesl! Daar moest van gegeten worden..! Het was gewoonweg geniaal, want aan de bar kon je ook wijntje van een wel heel leuke barman krijgen. Ik was gelukkig die avond.
Nadat de andere Nederlanders waren gearriveerd en het openingswoord werd gedaan werd iedereen vriendelijk verzocht om te gaan schranzen. In een zaal vol internationale studenten, lekkere hapjes en een geweldige sfeer bekeek ik rustig wat optredens, babbelde met mensen en wachtte vol spanning op "Honing"
De timing van het optreden was echter minder, omdat ik op dat moment druk in gesprek was met wel een hele leuke jongen. Van wat ik had gezien waren de jongens heel goed en hadden vooral veel fans onder de miniature Chineze meisjes. Jammer genoeg moesten wij om acht uur stipt de zaal verlaten. Wat een pret, zeg. Helemaal genki zag ik het niet zitten om naar huis te gaan en sleepte dus Maaike en Rolf mee naar de Starbucks in de Cocowalk.
Internationale feesten zijn best wel awesome! (Check het optreden van Honing! op Pyke's blog)
De dag daarop werd ik uitgenodigd voor een diner door wat dames van dansen. Het zou bij de Italiaan zijn en wel 5000 yen (40 euro, damnit) kosten. Maar goed, ik had al toegezegd voordat ik alle details wist, eigen schuld. Eenmaal gearriveerd heb ik me nog nooit zo awkward gevoeld, omdat ik omringd werd door 10 dames van rond de veertig. Ze waren allemaal goedgekleed en bombardeerden mij met vragen. Nog nooit in mijn leven had ik zo recht op gezeten, netjes gegeten en de desu/masu-form alsof mijn leven ervan afhing gebruikt. Wat erg goed was voor mijn ego was dat ik overladen werd met complimenten. Zo vonden de dames mij intelligent, mooi, volwassen en dapper dat ik alleen was gekomen. Ik vond dat ze gelijk hadden, maar ik was toch een partij zenuwachtig. Gelukkig werd mij een zeker gevoel van belonging geschonken, zodat ik me snel op mijn gemak zou voelen.
Daarna ging ik keihard naar Izakeya met Sander, Rolf en de Musketier om te acclimatiseren.

Zo eindigt de avond meestal in Izakeya