vrijdag 12 december 2008

Goede Oude Sint, Cook-O-Rama en Stamkroeg

Quasi-kokkerellen in 401

Er is de afgelopen twee weken niet veel spannends gebeurd, maar toch heb ik de neiging om over drie dingetjes te schrijven. Onder andere, zodat ik later mijn blog teruglees en denk "Goh.. de tijd stond niet compleet stil in December". Ik heb eindelijk een soort van structuur in mijn leven hier; zo is dinsdag een heerlijke dag waarbij we om 12 uur vrij zijn en de vrijheid hebben om heel de dag op stap te gaan. Woensdag ga ik na mijn lessen gauw naar huis, want 's avonds wordt er Nederlands aan Japanners gegeven en is donderdag bentou-dag, omdat ik om zeven uur dans en te lui ben om te koken. 's Avonds gaan we altijd naar het badhuis.

Zo is zaterdag Izakaya avond! Zo zijn we vaste klant geworden bij "Izakeya" een izakaya bij ons in de buurt. We worden elke zaterdagavond hartelijk ontvangen door de eigenaar, doen altijd nomihoudai (onbeperkt drinken) en krijgen meestal een gratis schaaltje met eten. De eigenaar kent ondertussen de volgorde van bestellen; bier (niet voor mij, bah..), atsukan (hete sake) en cocktails. Als we geluk hebben zit er een groep ladderzatte Japanners, die met ons af en toe komen babbelen, naast onze tafel. Zo werd ik afgelopen zaterdag omringd door vijf a zes Japanse mannen en had ik het vanaf dat moment geweldig naar mijn zin. Het was een vreemde avond op zich, want Sander dronk ons allemaal eruit en bestierf ik het toen Jurre en Rolf tegen een jongen waarmee ik had gebabbeld: "Kanojo ni keitai-bango oshiete!!" gilden.. Alsin, doe haar je telefoon nummer.

Atsukan bij de Izakeya

Verder, had Sander twee weken terug het geniale idee om onze tutors in 401 uit te nodigen. Hij wilde dapper pannenkoeken gaan bakken en de jongens kochten pannenkoekenmix en meer producten. Puntje bij paaltje, geen van de jongens kon fatsoenlijk beslag maken of laat staan pannenkoeken bakken. Terwijl er al behoorlijk wat Japannerts zich in 401 verzamelden kon ik de falende kookkunsten van de mannen niet aanzien en offerde mezelf op om heel de avond pannenkoeken te flippen. Glynis en ik fungeerden als cooking-tag-team en amuseerden mensen die in de keuken over onze schouders zaten te loeren. Op een gegeven moment kwam er een random gozer, zonder aan te bellen, de kamer binnen en begon meteen drie pannenkoeken te verorberen. Het leuke was dat hij ook zijn eigen eten had meegenomen en achteraf ook nog eens "Laten we de volgende keer Japans koken.." zei. Aardige jongen, mee gebabbeld, maar hij mag wel een crash course manieren volgen.

Ik vroeg aan iedereen of mijn kookkunsten gewaardeerd werden en iedereen zei wel ja, maar ik zal het nooit zeker weten!

Verder, besloten wij 10-en lootjes te gaan trekken vanwege Sinterklaas. Op vrijdag 5 december zouden wij elkaar cadeautjes en gedichtjes geven. Dit werd wel een gehaaste bedoeling, want in de middag hadden wij een drie uur durende symposium over Nichiran en 's avonds zou Michiel langskomen vanuit Fukuoka.
Na het symposium hadden we gegeten bij Coco's, want iedereen had trek in wat Westers en daarna verzamelden we ons in 401 om cadeautjes uit te pakken! Om het memorabel te houden, ga ik natuurlijk uitwijden over wie-wie had.

Ik had Maaikes lootje en had een modeblad, mobielhanger in de vorm van een donut en stickers voor dr gekocht. Het gedicht werd Renarashii, vanwege sleutelwoorden zoals "Sinterklaas is een vieze oude man. Mooiboy. Doodvermoorden" etc.

Maaike had Evelien. Ze kreeg iets van een beer genaamd Rirakkuma. Ik schijt kleuren voor die beer, omdat ik een gelijkenis zie tussen hem en het internet fenomeen Pedobear.

Evelien had Rolf. Hij kreeg een Totoro-beker en een manga. Evelien tekende een Mickey-Mouse op het inpak papier, maar het lukte Rolf toch om Mickey van een oor te beroven.

Rolf had Matthias. Laat ik het erbij houden dat hij Stitch-stuff kreeg.

Matthias had Jurre. Natuurlijk was het eerst de bedoeling om een vies blaadje en een kinderboek te kopen, maar achteraf zou dat wel gemeen overkomen, dus kocht de Boeddha twee verschillende dingen. Eigenlijk hoefde dat helemaal niet, omdat de Musketier helemaal gefixeerd was op de Japanse equivalent van Playboy. Hij kreeg als nog het boekje dat hij wilde.

Jurre had dus mij. Ik verzocht shounen-ai manga. Niet eens om zijn hoofd te zien als hij het zou afrekenen, maar omdat ik een smeerlap ben. Het leuke was, dat ik het daadwerkelijk kreeg en af en toe X-rated plaatjes aan de groep liet zien, waarbij er luid "EEEW! NEEE! WHY!!" werd gegild.

Dan had Glynis Martijn. Hij kreeg een CD-houder in de vorm van een lachend koekje en chocolade. Vet schattig.

Martijn had Sander en beloonde hem met wat literatuur.

Sander had Pyke. Hij kreeg manga. Glynis kreeg ook manga van Pyke.


Mijn cadeau en de reactie daarop

Sinterklaas was een amusante avond, maar moest redelijk snel worden afgerond vanwege Michiels bezoek. Eenmaal aangekomen, hadden we nog met hem gebabbeld, maar rond drie-en werd ik slaperig en trok ik me terug met mijn shounen-ai.. sopper de sop.
Mijn purezento

dinsdag 25 november 2008

Kyoto, Nara, Illegaliteit, Oe's, Aa's en Lena in dr Element

Ore-tachi voor de Heian-jingu, Kyoto!

Yoshu!

Wees jaloers, wees heel jaloers, want dit weekend hadden wij, acht Nederlanders en andere uitwisselingsstudenten, voor het schamele bedrag van 1000 yen/8 euro een geweldig weekendje Kyoto en Nara beleefd! Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar toch had dit miezerige bedrag ons verblijf, vlucht met JAL, bustour, entree voor alle tempels en drie maaltijden per dag gedekt! Naar Kyoto gaan was altijd al een droom van me en om die reden ben ik zo dankbaar dat we konden gaan! Kyoto was alles wat ik me had voorgesteld en zoveel meer. Jeej, dus geniet van mijn verslag gevuld met oe's, aa's, illegaliteit en Lena in d'r element!

Jeeej!

Op vrijdagochtend, half acht moesten wij ons verzamelen op het Ryuugakusei center om onze lelijke naamkaartjes op te halen en een handtekening neer te krabbelen. Nadat ik een vies gezicht trok terwijl ik het kaartje met een vinger oppakte besloot ik het in mijn tas te dumpen en er niet meer naar om te kijken, hoewel er duidelijk werd gezegd dat we die krengen heel de dag om moesten hebben. Nadat ik wederom wat regels had gesaboteerd, stapten we en masse de bus in en wij, Hollanders, hadden wederom de achterste banken bezet. Na een dikke drie kwartier arriveerden we op het vliegveld van Nagasaki en kregen we even te horen dat we met JAL zouden vliegen. Oh, nee dat is alleen maar de duurste Japanse vliegvaartmaatschappij, no biggie. Dus, na die luxe vlucht, die maar een minuutje of 50 duurde, landden we in Yakuza-capital Osaka~!


Onze reisgids, en helemaal rechts Ommetje..

Daar werden we opgewacht door een vrolijke gids van een meter veertig die, gekleed in mantelpakje, witte handschoentjes etc, ons verwelkomde. In de bus lukte het haar om maar het liefst anderhalf uur te ouwehoeren over Osaka en hoe ze hallo in Kyoto zeggen, maar mij leek het veel interessanter om mijn nieuwe playlist te beluisteren door middel van mijn gloednieuwe, roze oordopjes. Hoe dan ook, we zouden meteen gaan knallen met onze plan de campagne onder het strenge bewind van Ommetje. Ommetje is een gemene meneer van het Ryuugakusei-center die altijd heel boos kijkt en iedereen opjaagt. Waarom hij zo is genoemd? Omdat hij blijkbaar op iemand in Leiden lijkt..


Links achter, Ommetje..

Dictator Ommetje brulde dat we maar een miezerige veertig minuten hadden om het Nijou-kasteel te bekijken; we moesten foto's maken, bizar snel de omgeving scannen en er vandoor gaan. Heel Japans allemaal, maar ook ongelooflijk irritant, want ik ben als geen ander fan van een geniaal uitzicht. Op dat moment miste ik onze tempo in Tokyo, waarbij we zelf bepaalden hoelang we bij een tempel bleven plakken.

Nijou-kasteel

We werden meteen verzocht onze schoenen uit te doen zodat we de zogenaamde 'Nachtegaal vloer' konden bewandelen. Die vloer is niets minder dan de genialiteit zelve! Het Nijou-kasteel is namelijk gebouwd door Tokugawa Ieyasu; een van de grote drie die Japan hadden verenigd na 1600, tevens een bekende shogun. Zodat deze Tokugawa optimaal gebruik kon maken van zijn schoonheidsslaap werd deze vloer aangelegd. Het is namelijk onmogelijk om ongemerkt het kasteel binnen te sneaken. Ik kreeg een standje toen ik stiekem binnen foto's probeerde te maken..

Ommetje keek op zijn horloge en we moesten alweer verder. De volgende bestemming was dan de Heian-schrijn. Deze knalrode schrijn wordt opgedragen aan de eerste en laatste keizer die, in de tijd dat Kyoto (of vroeger Heian) de hoofdstad van Japan was, regeerde. Het voelde goed om op dat moment daar te zijn, omdat op deze koude, doch heldere herfstdag het contrast rood/groen goed te zien was. Het leverde uiteraard geweldige pics op.


Glynis en ik

Bestemming nummertje drie zal ik nooit vergeten, omdat dit voor mij Kyoto in zijn essentie representeert. Nadat we onder een heuvel arriveerden werden we verzocht bij elkaar te blijven, omdat we een drukke en smalle winkelstraat zouden passeren, maar jammer genoeg verval ik in dit soort situaties vaak in de illegaliteit door even er van door te gaan om het perfecte plaatje te schieten. Zo ging ik naar rechts toen de groep rechtdoor ging, en hoewel Ommetjes blik konden doden, soo worth it. Nadat ik gelukkig niet instant versteend was zag ik het mooiste uitzicht ever. De Kiyomizu-tempel! Vanaf deze houten pracht en praal had je het prachtigste uitzicht over een groot deel van Kyoto. En omdat het herfst was leek het nog velen malen mooier; de blaadjes zijn rond deze periode aan het verkleurden, waarbij je dus een rode kleurengamma te zien krijgt. Toen dacht ik even.. damnit it. Bekijk het maar, ik ga hier overnacht of wonen zodat ik iedere dag van het jaar zoiets te zien krijg, maar dat mocht weer eens niet zo zijn.

Killerview!
Kiyomizu-dera

We liepen de heuvel af nadat we de mededeling kregen dat we even een uurtje dingetjes konden kopen. En ik wilde het lokale snoepgoed scoren! Ik weet nog steeds niet hoe het heet, want ik twijfel tussen yuuko of hashi-nogwat.. anyway de mascotte heet Habbashi-chan en hij vet schattig en hangt aan mijn keitai (mobiel dus). Het zijn driehoekjes van deeg, gevuld met zoete bonenpasta en kaneel. De verkrijgbare smaken verschillen per seizoen. Milan had ze ons in Tokyo laten eten en ze waren heerlijk! Anyway, ik liep een drukke winkel binnen en begon instant te kwijlen toen er overal bakjes stonden waarbij je al het lekkers kon proeven. Gelukkig kwamen Jurre en Rolf ook samples naar binnen schrokken, anders leek ik weer zo'n vreetzak. Yatsuhashi .. heet het..

Met volle tassen rende ik, een klein beetje retarded, de bus in. Het regende en ik was naar de kapper geweest.. we werden rond zessen voor onze Ryoukan afgezet en nadat ik meteen had besloten dat ik met de manager wilde trouwen, omdat hij zoo dropdead-sexy was, kregen ik te horen dat ik op een zes-persoons kamer zou slapen met Glynis, Maaike, Evelien en twee Koreanen.

Na het vreemde diner.. vreemd in de zin van, ik heb tofu gegeten terwijl ik kokhals van het woord alleen, besloten we het centrum van Kyoto te verkennen. Maar de enige vijf woorden die constant uit mijn mond kwamen waren "Oo, hij is zo knap!" tot ongenoegen van anderen. Maar deze uitspraken zijn niets minder dan de waarheid, want de mannen in Kyoto zijn mooi, sexy, lekker.. en het mooiste is dat ze bijna allemaal er zo uitzien! Note to self.. trouw met Kyoto-guy, emigreer naar Kyoto, for ever ever and ever. Sorry ik dwaal af, maar ik ben ook zo sabishii.

We splitsen op. Zo gingen Pyke, Evelien en Maaike het winkelcentrum in en gingen ik, Sander, Rolf en Glynis wandelen. Na een kort half uurtje lanceerde ik heel random de medeling dat ik heel graag de Fushimi Inari-schrijn wilde zien. Het bekende plaatje met al die prachtige Toorii. Little did I know dat Rolf al meteen om de kaart vroeg. In mijn achterhoofd dacht aan het feit dat we de volgende ochtend om 7 uur moesten ontbijten, dus om 6 uur moesten opstaan, maar het idee om naar die schrijn te gaan lonkte.. het was al rond achten. Na wat onderhandeling en twijfels besloten we er toch heen te gaan, niet wetende hoe we zouden komen en hoe ver het precies was. Zo gingen ik, Rolf en Sander op pad nadat we Glynis hadden afgezet bij de Ryoukan. Zo begon onze queeste richting Kyoto Eki te voet..

Nachtelijk Kyoto vanuit Kyoto-Centraal

Nadat we na een minuutje of veertig bij het geweldige station aankwamen en het echt niet zo heel dichtbij was. Al zei Rolf van wel.. bekeken we hoe we met de trein moesten gaan. Ik keek weer eens verkeerd, maar gelukkig was Sander mee om de boel te corrigeren. We stapten dus een (random) trein in en de halte voor de schrijn zou al gauw moeten komen, maar het gekke was dat de trein maar niet stopte. Goh, we waren blijkbaar onderweg naar Nara, waar we morgen naar toe zouden gaan. Goed gedaan! We zaten in de verkeerde trein. Nadat we overstapten en terugkeerden bereikten we eindelijk onze bestemming. Onder een gigantische rode toorii zou, wederom, de zoveelste nachtelijke escapade plaats vinden. En pietlullig zoals ik ben, wil ik dit avontuur gedetailleerd in beeld brengen..


Het avontuur begint hier..

Ik wist serieus niet dat de Fushimi Inari-schrijn een gigantisch complex zou zijn. In mijn belevingswereld zouden er slechts een paar toorii staan, gevolgd door de hoofd-schrijn. We zouden eventjes koekeloeren, foto's maken en teruggaan. Toch?

Nee..

Anyway, we naderden de ingang en maakten foto's van een klein schrijntje waarbij we meteen in de gaten werden gehouden door een beveiligingsmeneer. Hij zei niks, achtervolgde ons een klein beetje en besloot dat geen criminelen, hooligans of hangjongeren waren.

Enigszins geschrokken van een opengebroken pad waren we opgelucht dat we er alsnog langs konden. Zo stonden we al gauw voor een paar toorii. Nadat ik minstens een keer of achter: "Oh wat mooi! ik besterf het!" zei zetten we het op een poging tot foto's maken. De sfeer was enigszins creepy, ten eerste omdat er tussen de toorii veel geesten zouden zijn, omdat dit toch de poorten tussen twee dimensies/werelden zijn. Ten tweede, omdat je stukken had waarbij je geen hand voor ogen kon zien en ten derde omdat we in de verte een vaag figuur zagen.

Deze figuur was een of andere Amerikaan die na wat twijfel op ons af durfte te stappen door "Scary isn't it?" te zeggen. Ik haalde mijn schouders op, zei dat het wel meeviel, maar keek nerveus naar Rolf en Sander, omdat die gast om ons heen begon te hangen. Zo deden de volgende theorieen de rondte: 1. Hij is een gestoorde psychopaat die erop kickt om op obscure plekken te wandelen + bigass butcher knife. 2. Hij schijt wel acht kleuren en durft niet alleen verder te lopen, maar vindt het een opluchting dat wij, andere Westerlingen, ook van de partij zijn. Hoe dan ook, we schudden hem af door een zijpad in de duiken..



Toch wel redelijk spooky, ne?


Boven aan het complex zou, volgens Rolf, een vette tempel zijn en hij had zijn zinnen erop gezet om het bekijken. Ik was van de partij, maar twijfelde aan het pad. Omdat we van de toorii afweken en ons op een glad bergpad bevonden die ook nog eens totaal donker was dacht ik meteen aan de Blair Witch Project en vetoode deze suggestie. Sander zei dat het niet verstandig zou zijn. Ik zei hetzelfde, maar dan minder welbespraakt: "Nee, het is daar fokking donker, ik ga daar echt niet heen!"

Uiteindelijk besloten we naar de top te gaan, maar via de gewone weg. Dus onder alle toorii door. Zo begon onze klim, van maar het liefst een uurtje of anderhalf? Het enige wat we hadden gedaan was traplopen, en zoiets zou ik nooit voor mijn lol doen, maar ik leefde in de illusie dat er gauw een einde aan zou komen. Dat einde kwam maar niet en we merkten meteen dat de prijs van de drankjes in de automaten steeg. Ha, marketing, daar is over nagedacht.

Heerlijk obscuur!


Sander en ik bikkelen de trappen op!

Op een gegeven moment hadden we een geniaal uitzicht over nachtelijk Kyoto! So worth it. Maar het leuke was, dat we nog een minuut of 20 omhoog moesten lopen. Ik stierf een beetje van binnen en van buiten (!), maar vond dat we onze queeste moesten afmaken. En dit was gelukt, maar het resultaat was nogal een anticlimax.. De hoofdschrijn stelde niks voor! En er was niet eens een uitzicht! We moesten ook nog terug..

Al die moeite?

Naar beneden huppelen ging ineens veel sneller en ik schat dat we binnen een minuut of 20 bij de uitgang uitkwamen. Natuurlijk misten we de laatste trein, waardoor we genoodzaakt werden om met de taxi te gaan. Leuker was nog het feit dat onze ryoukan gesloten was. Was er daadwerkelijk een avondklok? Of dacht men dat iedereen alweer thuis was? We begonnen meteen te stressen en na te denken over plekken waar we eventueel een nachtje door konden halen.

Dat zou echt niet relaxt zijn geweest, omdat het ten eerste, freezing koud was en ten tweede ik ongelooflijk brak was. We probeerden onze mede Dutchies te bellen, maar dit ging niet helemaal goed omdat het merendeel lag te maffen. Logisch. Wat te doen? Musquetier bellen! Rolf durfde niet, omdat hij de Musketier geregeld rond 3 uur 's nachts in Nagasaki belt en hij dit niet zou waarderen. Dus, ik belde en zei met mijn meest schattige vrouwenstem: "Jurre?? Ben je wakkker??" Na wat onderhandeling kwam hij naar beneden, vond een receptionist die ons naar binnen had gelaten.


Maar, probleem nummer 2. Ik lag op een zes-persoonskamer waarin 5/6 al lag te slapen. Ik moest dus, in het donker, voorzichtig en stil over iedereen heen kruipen, mijn futon uitvouwen en vooral niet rinkelen met mijn zes keitai-straps..

Op dag 2 was ik klaar wakker rond zessen! Na hetzelfde Japanse ontbij gingen we naar de Kitano Tenman-gu. De schrijn van Michizane Sugawara, diegene die wijsheid symboliseert. Wat we vooral moesten doen was beelden van koeien aaien, want daar zou je slimmer van worden. Sorry, mijn IQ daalt terwijl ik dit typ.


Kitano Tenman- Gu

Later op de dag bezochten de Kinkakuji a.k.a Het Gouden Paviljoen. Om even Sander te citeren: "Het was prachtig.."



Het Gouden Paviljoen

Daarna gingen we eigenlijk, na wat lunch, naar Nara. Nara oogde pauper. Het eten was redelijk, maar daarna zijn we toch stiekem naar de Gouden M geweest en werden we keihard betrapt door wat reisleiding. Omdat iedereen toch wel brak was besloten we vroeg naar bed te gaan. Nadat ik heel vervelend in de slaapkamer was a la "Met een man kun je veel doen.." was ik toch echt rond half 11 helemaal van de kaart.

Op dag 3 zouden we in vier groepen een rondleiding door o.a de Kofukuji, Toudaiji en het park van Nara krijgen. Ik zat in groep H, maar op zn Japans spreek je het "ecchi" uit. Haha, we weten allemaal wat dat betekent.. Niet? Ok, iets met sex. Het ergste was, dat Ommetje met ons mee zou lopen..


Kashikomarimashita! Sir, yes sir!




Voor de Toudai-ji!
Hertjes

Onze reisgids was een onwijze jama (hij stond vaak in de weg) in het museum en wij hadden meer aandacht voor de herten die buiten los rondliepen. In Nara lopen ongeveer 1200 hertjes rond; you can love em, feed em etc. Later overkwam mij weer eens iets vreemds. Ik besloot om een ijsje uit de automaat te trekken en zat na enkele seconden natuurlijk helemaal onder.. Maar, al die smerige papiertjes irriteerden me en ik wilde ze doodgraag weggooien. Probleem was dat er in een straal van 1 km geen prullenbakken te bekennen waren. Ik besloot om een winkelier uit te horen in mijn beste Japans en zei:

"Doko, kore wo sawaru tokoro ga arimasu ka?" .. .. dit kan heel fout geinterpreteerd worden door die lieve oude meneer. Alsin, "Nou kom maar mee naar achter.. ;) "

Ik haalde het werkwoord sawaru (aanraken) met suteru (weggooien) door elkaar en zei dus: "Waar is hier een plek om dit aan te raken?" Terwijl ik naar beneden gebaarde.. Gelukkig begreep die me! Het kon misgaan!

Nadat ik weer eens keihard voor lul had gestaan werd ons verteld dat we richting bus moest lopen. Onderweg naar Osaka, praatte de gids twee uur lang en sliep ik eigenlijk half. We vlogen wederom met JAL en werden met de bus naar de Uni gebracht. Matthias en Martijn wachtten ons op, omdat we meteen uit eten zouden gaan vanwege Rolfs verjaardag. Ik was morsdood en besloot om daarna met de taxi naar huis te gaan. Sindsdien lag ik drie dagen horizontaal, omdat ik snotverkouden was.

maandag 17 november 2008

Van mijn Zen Beroofd

Een paar van ons met andere uitwisselingsstudenten

Afgelopen zaterdag hadden wij, tien Nederlanders en tien andere gevallen, een busreis gemaakt. Bestemming: Unzen en Shimabara. Mijn Japanse topografie is niet al te best, maar het komt erop neer dat we naar plekken gingen die op ongeveer twee uur afstand van Nagasaki liggen. Daar zouden we door de bergen huppelen en chillen in een onsen, oftewel een hete bron.

Vrolijk zoals ik altijd ben voor een fieldtrip huppelde ik al rond zevenen mijn gigantische bed uit en raapte wat spullen bij elkaar. Terwijl mijn gedachten afdwaalden naar het heerlijke warme water waar ik dadelijk in zou zitten schrok ik me dood toen Rolf rond achten onze raam openschoof en door onze appartement gilde dat ik mijn Disney-muts moest nemen. Terwijl ik mijn wenkbrauw optrok en mijn volle rugzak bekeek weigerde ik deel te nemen aan zulke dingen waar wat docenten bij zouden zijn. Terwijl hij afdroop vroeg ik me af of hij zijn plan zou doorzetten en zijn Mickey-muts daadwerkelijk zou meeslepen.

Blijkbaar wel. Hoe dan ook, we fietsten als malloten door onze straat en verzamelden ons blij voor de bus. Sommige mensen oogden moe, anderen huppelden vrolijk rond. Waaronder ik!

Genki vs. Nemui

Er zouden twee docenten meegaan; Nagai-sensei en Morimoto-sensei. Van beiden heb ik geen les. Gelukkig maar! (Waarom..? Lees vooral verder..)

Nadat we gewenkt werden om de bus in te stappen hadden wij, Hollanders, meteen de achterste rijen van de bus bezet. Denkend dat we maar een half uurtje onderweg zouden zijn waren we nog redelijk energiek, maar zakten toch enigszins in nadat we ons al anderhalf uur in de bus bevonden. Nagai-sensei was bang dat men wagenziek zou worden en deelde pilletjes zijn, maar wij, bikkels, weigerden. Toen gebeurde er iets amusants, ze haalde namelijk een microfoon te voorschijn en vroeg wie er zin had om te karaoke-en. Iedereen zweeg en je kon het voorbij rollen van een hooibaal horen totdat iemand van ons dapper zijn hand opstak. Zal ik namen noemen? He nee, ik zou me gedragen. Ik heb het gezang toch niet gehoord omdat ik zelf muziek zat te luisteren. Alhoewel..

Na het wiebelen-wiebelen in de bus en het horen van kraaiengezang door mijn hardstyle-remix heen hadden we onze bestemming bereikt! We zaten op dat moment in de bergen en kregen meteen te horen dat we slechts een half uurtje rond het uitkijkpunt mochten wandelen. Dit leverde vooral mooie plaatjes op. Nou ben ik al dropdead-sexy, maar met zo'n achtergrond is het helemaal oelala!

Ik, voor het geniale uitzicht

Genoten van het uitzicht keerden wij netjes terug naar de bus, maar wat bleek er? Twee Nederlanders waren nergens te bekennen en de twee Sensei begonnen zenuwachtig op hun horloges te kijken, want in Japan houd je je aan de het plan de campagne damnit! Onze mobieltjes hadden geen bereik vanwege de altitude en dit resulteerde in het feit dat we de twee stouterds niet konden bereiken en dus een vertraging van een half uur opliepen. This has set off an unfortunate chain of events.. Ik zal geen namen noemen Rolf en Sander! Die even met de kabelbaan omhoog gingen!

Prachtig, ne?

Onze volgende bestemming zou de onsen zijn! Jeej! Na wat te hebben geluncht werd ons twee opties aangeboden; of het badhuis in of een wandeling rond de 'hellen' maken. Vulkanen of iets in die trant, ik weet het natuurlijk niet omdat ik het badhuis inging. Dat was een sneu moment voor me, want niemand van de vrouwen had zin om mee te gaan. Ik zal nooit een sentou weigeren en besloot om alleen te gaan. Ons werd verteld dat we over drie kwartier klaar moesten staan, maar mijn luistervaardigheid was zodanig bagger dat ik het weer eens verkeerd had begrepen. Nadat ik drie keer vroeg of we rond 16:00 (het was 13:00) moesten verzamelen, werd dit bevestigd. Gevaarlijk, want het verschil tussen yonjuppun en yonjigofun is klein. Hoe dan ook, ik ging chillen in het badhuis. Na een kwartier in een bad van een graad of 40 te hebben gedobberd besloot ik om naar het buitenbad te gaan. Nadat ik mezelf gepositioneerd had tussen wat roddelende huisvrouwen genoot ik van verkleurde boomblaadjes die neer dwarrelden in het water. Mijn escapistische state of mind werd verstoord toen de vrouwen tegen me begonnen te praten. Ze vroegen of er in Nederland ook zoiets als een onsen was en zeiden dat ik oh-zo-schattig was met mijn rode gezicht. Blijkbaar deed ik verkeerds, want de gelaatskleuren van de vrouwen bleven normaal. Na een dik half uur besloot ik naar een ander bad te gaan, dus slenterde ik me compleet relaxt de trap op en ging in een klein een persoonsbad zitten. Het leven was perfect op dat moment.

Maar toen.

"REENAA-SAN! REENAA-SAN!" hoorde ik door heel het badhuis. Wtf? Nagai-sensei stond, volledig aangekleed, in de deuropening naar mij te gillen. Doordat ik compleet van mijn a propos was, vergat ik ieder Japans woord en deed niet eens moeite om haar te verstaan. In mijn belevingswereld zei ze dat ik nog een kwartier had, maar ze bedoelde dat er al mensen in de bus aan het wachten waren! Lui antwoordde ik: "出るべきですか?”, als in " Moet ik eruit?". Ok. Ze antwoordde met: "出たほうがいい” als in " Het is beter als je eruit gaat" en in mijn belevingswereld is dat een advies.

Toch?

Op mijn gemakje, klauterde ik uit het bad, ging op een krukje zitten om me af te spoelen, droogde me af, liep naar de kleedkamer, deed me sieraden om etc. Maar, op het moment dat ik mijn spijkerbroek aantrok stond ze me link aan te staren waarbij ze in het Engels zei dat ik al een half uur geleden in bus had moeten zijn. Wederom, volledig van de kaart zei ik dat mijn actie onvergeeflijk was. Een moshiwakenai dus, maar dat vond ze niet grappig en zei iets in de trant van: "Jaja, schiet nou maar op..". Ik haastte me als een bezetene en deed half rennend mijn schoenen aan terwijl ik haar naar de bus volgde. Tijdens het rennen zei ze nog iets van dat ik wat aan mijn luistervaardigheid moest doen. No shit woman..

Helemaal niet relaxt stapte ik hijgend de bus in. Ik was een half uur te laat! Compleet beroofd van mijn Zen heb ik nog tegen mensen zitten gillen. Wat heeft het voor zin om naar de onsen te gaan als je er zo ruw wordt uitgerukt? Dus, wie is er verantwoordelijk voor mijn gebrek aan Zen die dag? Rolf en Sander die een bergje om deden? Mijn gebrekkige Japans? Rolf die zei dat ik om vier uur klaar moest staan? Damnit! Met andere woorden, we hadden een vertraging van een uur en kregen meteen te horen dat we een onderdeel zouden skippen. We zouden een kasteel gaan bekijken en nu ging het niet door. We gingen dus maar even snel naar een of ander museum en naar een traditioneel samurai-huis. Het regende hard die dag en ik had geen paraplu! Wat was ik geïrriteerd vanaf dat moment zeg.. op de terugweg besloot ik maar te slapen en onder het slapen door 許すな te brabbelen.

Samurai-tuin

Eenmaal thuis, ging ik met Glynis, Jurre en Rolf naar de nieuwe favoriete tent van Glynis en mij; namelijk de Sukiya! Het kost maar 4 euro en je krijgt een dikke schotel rijst, vlees en ander heerlijks! Daarna gingen we een router scoren zodat we eindelijk beiden konden internetten. Met eigen internet en een heerlijke kop maccha besloot ik die avond niets meer te doen en niet meer na te denken over de akkefietjes van die lange dag!

zondag 9 november 2008

Er Zitten Hier Naakte Japanse Vrouwen!

Zoals ik al zelf had voorspeld voelde ik op een gegeven moment een diepe verlangen van binnen om weer te gaan dansen. Na een maand lang niets aan sport te hebben gedaan merkte ik dat ik al mijn energie non-verbaal aan het uiten was, en in mijn geval is dat niet al te goed, dus besloot ik vorige week om te gaan kijken naar ruimtes waar jazz dance zou worden gegeven.

Dankzij Aya, de mentor-mama van Sander, kon ik op twee plekken terecht; op beiden plekken wordt er op donderdag een vorm van jazz-ballet gegeven en ik mocht langskomen om een kijkje te nemen. Met andere woorden, hellsyea! Zo ging ik vorige week naar een buurtcentrum vlakbij. Op de vierde etage van het gebouw zag ik meteen een mooie danszaal; dat wil zeggen een goede vloer, spiegels en veel ruimte. De criteria voor dans-plezier in lesvorm. De les zou anderhalf uur duren en tussen al die vrouwen danste een man met beenwarmers en een sweatband. Hij is trouwens awesome, want hij had als enige de ballen om na de les met mij te gaan praten. Hoe dan ook, ik mocht in de zaal gaan zitten kijken hoe het daar precies aan toeging. Ik voelde me meteen genki door de foute trance nummers die slechts in obscure clubs van Salou te horen zijn. Met een kritische blik bekeek ik de docente en merkte ik meteen dat ze niet compleet professioneel was, omdat ze bijvoorbeeld haar tenen niet doorstrekte, geen perfecte pirouette kon draaien en gewoonweg geen goede houding had. Ok, daar zou ik eventueel een paar maanden mee kunnen leven..


Toen ik me een klein beetje begon te vervelen was de les alweer drie kwartier bezig en men was nog steeds met de warming-up bezig. Een warming-up van drie kwartier! Wat? .. toen besteedden ze een kleine tien minuten aan techniek en vervolgens gingen ze een bizar snelle choreografie doen. Het was meer gogo/show dan jazz en daar baalde ik van. Wat me ook irriteerde was dat men alles op halve kracht deed en bijna geen bewegingen afmaakte. Terwijl ik in mijn hoofd alles wat ik hatelijk vond opsomde kwam de docente naar me toe. We communiceerden in gebrekkig Engels en Japans, maar het kwam erop neer dat ik zei dat ik volgende week of de week daarop zou beginnen. Misschien.

Deze week ben ik naar een ander zaaltje geweest en ik heb me wederom een uur zitten ergeren. Zo kwamen mensen een half uur te laat, was het niveau onder de maat en deed men andere disciplines tussendoor. Zo werd er ook op spitzen gestaan en de flamenco gedanst. Ik heb nooit op spitzen gestaan en heb ik geen geduld voor flamenco. Wat jammer weer. Maar, na de les waren die zeven vrouwen wel erg nieuwsgierig naar mijn persoon: zo waren ze onder de indruk van mijn zuigende Japans, mijn jonge leeftijd en het feit dat ik al jaren in Nederland had gedanst. Ik voelde me helemaal gevleid, bedankte ze dat ik mocht kijken en zei: "sayonara" alsin, hier kom ik nooit meer terug..

Goed, er zijn spannende dingen deze week gebeurd. De jongens zijn al een keer of drie naar een Japans badhuis geweest en ik wilde dit eigenlijk ook heel graag. Maar, omdat er gescheiden badhuizen zijn moest er naar mijns inziens een meisje mee; zodat ik me niet dood zou vervelen. Zo besloten Glynis en ik samen te gaan. We gingen er met een grote groep heen, maar bij de kleedkamers gingen de zes gasten naar links en gingen Glynis en ik naar rechts. De jongens wisten al hoe of wat, maar omdat het voor ons de eerste keer was waren wij nog niet op de hoogte van de etiquette. Zo kreeg ik zowat een hartverlamming toen ik de schuifdeur opendeed en allemaal naakte Japanse vrouwen zag. Ik gooide de deur dicht, deed een stap terug en zei paniekerig tegen Glynis: "Daar zitten naakte Japanse vrouwen binnen! Zitten we goed?!". Nadat we bedacht hadden dat dit wel de ingang van de kleedkamer moest zijn gingen we alsnog dapper naar binnen. Ik voelde me kinderachtig en giechelde een beetje, maar het werd minder leuk toen ik daar compleet naakt stond, want in een Japans badhuis ben jij en iedereen om je heen retenaakt! De schaamte voorbij gingen we de badruimte binnen en namen plaats op krukjes om onszelf schoon te maken. Je moet namelijk eerst schoon zijn voordat je de badruimte betreedt. Alleen al op dat krukje zitten is een heerlijke ervaring, want je gooit warm water over jezelf heen en zeept je in.

Daarna hebben we gebruik gemaakt van de talloze baden. Zo had je een jacuzzi van een graad of 35, een ligbad, een massage bad met harde stralen en een koud bad. We wilden alles uitproberen, dus gingen we ook buiten kijken. Daar had je twee baden van een graad of 40, maar het geniale was dat het die dag knetterhard regende. Toen ik zonder kleren daar in de regen stond wist ik dat dit mijn nieuwe hobby zal worden. Dit soort situaties zou ik als volgt beschrijven: "Dit is leven!" .. De sauna is ook geweldig, want daar zit gewoon een tv binnen!

Ik moet dit even afraffelen, want er zitten mannen van het internet bedrijf in onze kamers te rommelen!

zondag 2 november 2008

Ik Hartje Kinderen?

Wij, op bezoek bij een middle-school

Jeetje jeetje wat verveel ik me op dit moment. Martijn zit achter me in de gemeenschappelijke ruimte te balen dat hij op dit moment niet kan internetten terwijl ik hem ophits om te gaan lobbyen voor een Izakaya-trip.

Wat heb ik de afgelopen dagen uitgespookt? Laat ik maar niet in detail gaan treden over mijn recente akkefietjes, want ik moet me hier gaan gedragen. Hoe dan ook, van de week ben ik met Matthias en Evelien naar Mr.Max geweest om een fiets te scoren. Mr.Max is zo'n grote winkel waar van alles te vinden is; het varieert van huisdieren tot fietsen. Na ietwat kieskeurig rond geslenterd te hebben besloot ik om voor 80 € een aluminium jitensha te kopen. Alles zat er al op; een dynamo, slot en een mandje aan de voorkant. Dit klinkt burgerlijk en afschuwelijk, maar ik zeur nooit meer als ik de heuvel op moet fietsen met mijn boodschappen. Na afloop fietsten we als malloten de heuvel af en terwijl mijn hart in mijn keel zat, kneep ik mijn remmen voor Vaderland in. Nadat ik zo'n ongelooflijke steile helling was afgefietst, trilde ik op mijn beentjes en liet de rest achter om een Playstation 3 te gaan kopen. Alsin Pyke ging een PS3 kopen.

Vrijdag stond er iets vets op het programma: we zouden een middelbare school bezoeken. Nouja, de onderbouw van een middelbare school dan. Tieners zijn smerig en de meesten van ons hadden er totaal geen behoefte aan dit bezoek, maar ik had er wel onwijs zin in! Zo veel zin dat ik zelfs om kwart voor 7 's ochtends klaar wakker werd. We verzamelden ons voor het Ryuugakusei centrum en gingen met de tram naar onze bestemming. We werden al gewaarschuwd voor de openingsceremonie waarbij wij voor een groep van ongeveer honderd mensen ons zelf moesten gaan voorstellen. Deze waarschuwing klopte, want voor ik het wist zaten we met zijn 10-en op een rij tegenover een grote groep van kinders van rond de 14 a 15 jaar. Gekleed in schooluniform, zittend op de grond van de gymzaal, gaapten zij ons verbaasd aan. Toen ik op de stoel plaats nam en wederom de microfoon mijn kant op zag komen besefte ik dat alles wat ik in anime over scholen had gezien klopte. Van hoe de scholen eruit zien tot de uniformpjes aan toe. Toen ik hierover na zat te denken en een klein beetje wegspacede kreeg ik alweer een microfoon in mijn handjes gedouwd. Als een verlegen kind stond ik op (met mijn voeten naar binnen gedraaid, wel te verstaan!) en stelde mijzelf voor. Content met het feit hoe ik mezelf had geintroduceerd werd ik na dit moment weer nerveus omdat de kinders ons vragen gingen stellen. Aan ieder van ons werd een vraag gesteld en aan mij werd er dit gevraagd: "Wie is je favoriete Japanse zanger..?". Omdat ik een diepe, gepassioneerde liefde voor Kuroda Michihiro koester antwoorde ik met zijn naam. Ik hoorde vlak daarna gegiechel, omdat de kinders niet konden begrijpen hoe ik op zulke "oude" mannen kon vallen.

10 vs. 100

Gelukkig duurde de ceremonie niet zo gek lang, want na afloop renden er meteen twee energieke meisjes met roze naamkaartjes naar mij toe. Dit waren twee kindjes uit mijn groepje van zeven kinderen. Deze twee meisjes, Misato en Mayu, waren meteen vet geïnteresseerd in mijn dans, grepen me bij mijn handjes en sleepten me mee naar hun lokaal. Daar zou ik samen met Matthias, Rolf en de kinderen allerlei activiteiten gaan doen. Zo heb ik wat gekalligrafeerd; ik heb mijn naam, Holland en Japan geschilderd. De kinderen waren onder de indruk van het feit dat ik de volgorde van schrijven wist en daadwerkelijk wat Kanji kende. Maar, in mijn groep zat een jongetje genaamd Bob :D (uiteraard een nicknaam, maar dit maakt het niet minder vet om..!) en Bob kon toch een partij kalligraferen!



I'm soo pretty!

Later gebeurde er iets awesomes, want ik kreeg als enige meisje een yukata aan! Een lichte zomer kimono die tijdens zomerfestivals wordt gedragen. Ik voelde me gelijk geweldig. Al helemaal toen ik samen met mijn kinders door de gangen van het schooltje mocht paraderen. Het was wel een hete dag en ik zweette peentjes, maar dit mocht de pret met bederven, want de kids sleepten me mee naar het muzieklokaal. Ze pingelden voor me op de shamisen en trommelden op de taiko.

Ik was helemaal onder de indruk van hun kunnen en het feit dat ze dit op school hebben geleerd. Jammer genoeg duurde mijn euforische gevoel niet lang voort, want ik kreeg de taiko-stokjes in mijn handen gedrukt. Net zo muzikaal als een vleermuis voelde ik me voor schut staan doordat ik niet eens een paar simpele maten kon trommelen. Wat wilde ik wegrennen zeg, maar dit ging niet omdat de kinders voor me gingen zingen onder piano-begeleiding. Dit waardeerde ik dan weer wel.

Waar ik heel de dag verbaasd over was dat de kinders alles zelf hadden georganiseerd. Bijvoorbeeld, toen ik rond werd geleid was er geen docent te bekennen. Ze deden alles zelf, ook toen we later gingen sporten. De meisjes gingen volleyballen en de gasten gingen voetballen. In de gymzaal was er dus geen docente, de meisjes kozen zelf een scheidsrechter en roteerden zelf van teams. Ze konden nog best goed volleyballen ook!

Fuuuu... sion! Haa!

Jammer genoeg verliep die dag heel snel. We kregen ook allemaal cadeautjes, zo deed ik met mijn kindjes een herken-de-beroemde-anime-characters-quiz. De meeste kende ik wel: zo had je Goku, Mario, Pikachu etc. Al die personages waren op kartonnen vellen getekend en na afloop mocht ik ze hebben. Helemaal verbaasd vroeg ik of ik ze allemaal mocht hebben. De kids knikten enthousiast ja, maar achteraf miste ik Goku! Degene die ik juist wou hebben damnit! Over DBZ gesproken, toen ik zei dat ik daar wel fan van was vonden de jongetjes mij helemaal de shit. Vooral de gozer die "Bejita" (Vegeta) op zijn naamkaartje had staan! Zo deed ik later ook de beruchte Fusion-dance met mijn groepje.

Nooit had ik gedacht dat ik deze tieners zo leuk zou vinden. Zou het zijn omdat ze nog zo kinderachtig zijn en met ballonnen spelen? Dit terwijl de 14 en 15-jarigen in Nederlands al aan orgies doen! Ik wil graag verder bloggen, maar ik heb zo'n honger..

dinsdag 21 oktober 2008

Turbulentie: Infuus en Izakaya

De Nagasaki-gangers in een izakaya met Hide en zijn vriendin

Jeetje jeetje, ik woon ondertussen al meer dan twee weken in mijn eigen kamertje in Nagasaki. Ik heb niet bepaald stilgestaan, want er zijn te veel dingen gebeurd om op te noemen! Ik wou dat ik eigen internet had, maar jammer genoeg duurt dat nog een tijdje en de Chinezen bezetten de gemeenschappelijke ruimte constant. Zo is er een mega vadsig wijf dat alleen maar Desperate Housewives op haar laptop zit te kijken, dat terwijl andere mensen niet de kans krijgen om die internetverbinding te gebruiken.

Hoe dan ook, lets go back in time..

Toen ik de sleutel van mijn kamer kreeg sleepte ik mijn 34 kilo zware koffer de lift in en struikelde half over de kanririn (huisbazin) die mij scheef aankeek toen ik allerlei stomme vragen in het Japans begon te stellen. In mijn appartementje zijn dus twee slaapkamers, eentje met een bigass bed en de ander met ietsjes meer kastruimte. Hoewel extra kastruimte verleidelijk klonk, wilde Glynis met me van kamer ruilen en nu heb ik dus een gigantische tweepersoonsbed.

Alles leek zo perfect totdat ik erachter kwam dat de kamer ongelooflijk ranzig was, dus gingen we met zijn allen als een speer naar een winkel om onder andere schoonmaakspullen te kopen. Ik greep meteen naar de schoonmaak spray, sponsjes en ander spul en begon op dezelfde dag enorm woest schoon te maken. Leuk en aardig al die stof, totdat ik allerlei rode bulten op mijn benen, armen en eigenlijk overal aantrof. Ik raakte niet meteen in paniek, omdat ik niet wist of het insectenbeten of een allergie was. In mijn gedachten moest het een allergie zijn, omdat ik instantly rode vlekken op mijn handen kreeg toen ik stoffige dingen aanraakte. Het was al redelijk laat die avond, maar toen ik door het informatieboekje doorbladerde las ik iets over een nachtziekenhuis en met mijn coördinatie van een baksteen dacht ik dat dit vlakbij was. Ik wilde dus even langswippen.

Aankloppende bij de buren met de vraag wie mee ging wandelen besloot alleen de Blond God dit nachtelijke avontuur met me aan te gaan. In de late avonduurtjes wandelden we naar het campus van de Universiteit en besloot ik een meneer te vragen waar dit ziekenhuis was. Wat ik niet verwachte was dat hij meteen rond ging bellen en al een soort van afspraak voor me had gemaakt. Ietwat nerveus besloot ik als nog met de tram op zoek te gaan naar dit ziekenhuis. Omdat het al na elven was hielden de trams op met rijden, dus werden we samen met twee ladderzatte salarymen keihard de tram uitgesmeten. Ik wilde mijn queeste afmaken, dus pakten we een taxi en bevonden we ons uiteindelijk in het ziekenhuis. Compleet uitgestorven van binnen, probeerde ik met mijn gebrekkige Japans duidelijk te maken wat er met me aan de hand was. Ik begon te panieken omdat ik de mevrouw niet begreep en vertelde haar meteen dat Rolf zijn Japans veel beter dan die van mij was zodat hij het medische gebrabbel voor me kon vertalen. Het kwam erop neer dat ze niet wisten wat ik had en omdat ik mijn paspoort was vergeten moest ik de volgende dag terugkomen om 50 € voor een miezerig zalfje dat ik kreeg neer te tellen. Geweldig!

De volgende dag werden mijn rode plekken erger en ik voelde me een klein momentje toch wel erg ongelukkig. Omdat ik het idee had dat ik elk moment in janken kon uitbarsten zette ik mijn grote zonnebril op en verzamelde het moed om alleen naar het ziekenhuis te gaan. Eenmaal daar, betaalde ik het bedrag en vertelde dat alles erger was geworden. Een zuster kwam me helpen en onderzocht me nogmaals, maar omdat ik haar niet compleet begreep regelde ze een dokter voor me die wel Engels kon spreken. Ook hij wist niet precies wat er met me aan de hand was, maar hij besloot wel meteen keihard dat ik een infuus zou moeten krijgen. Ik scheet zeven kleuren, omdat ik ten eerste nog nooit van mijn leven een infuus heb gehad en omdat ik verdomme helemaal alleen in een vreemd ziekenhuis zat. Ik besloot me sterk te houden tijdens het moment waarbij ze een gigantische naald in mijn arm prikte en gelige vloeistof in mijn aderen verdween. Het ging goed totdat ik mijn arm niet kon bewegen en me eng begon te voelen. Nadat ik een paar tellen van de kaart was, lag ik op een gegeven moment op een brancard. Mijn hartslag en bloeddruk werden gemeten, ik kreeg een deken over me heen en de zuster gaf me een of ander medicijn. Ik hield me sterk en probeerde niet te janken totdat ik zeker van wist dat ik alleen was. Na een paar minuten kwam ik bij en moest ik op een recept wachten. In de wachtruimte kwamen ondertussen een moeder en zoon aan. Het ventje was gevallen en haalde zijn knie open en traantjes rolden over zijn ongelukkige wangetjes. Toen dacht ik, nu ga ik keihard janken, want zo voel ik me ook. Ik weerstond de verleiding en amuseerde me om hoe de receptionisten discussieerden over wie mij zou aanspreken, omdat men er automatisch vanuit ging dat ik geen woord Japans spreek. Wat een klotedag, ik was 120 € armer, maar ik heb het overleefd en voel me geniaal dat ik het alleen heb gered!

Nadat ik de volgende ochtend de plaatsingstoets had verpest.. nouja, dat viel mee, ik scoorde intermediate net als zeven anderen. De dag daarop zouden we onze tutors ontmoeten. Oudere studenten die onze handjes zouden vasten en voor ons zouden zijn met allerlei problemen. Nou, I disagree. Mijn tutor heet Masahiro en mijn eerste impressie van hem was dat hij van mannen en roze houdt.

Liefdesduet; Ma-kun en Martijn

Hoe dan ook, ik kan hem niet goed volgen omdat hij niet helemaal begrijpt dat ik aan zijn geratel geen touw kan vastknopen. Ik kan het beste babbelen met Hideaki, de tutor van Glynis. Met zijn oorbel, gilet en duidelijke Japans is hij de geniaalste tutor, omdat hij het meeste voor ons heeft gedaan.

De mijne en die van Glynis

Bijvoorbeeld, toen wij telefoons gingen kopen en ik als enige als een debiel niet kon kiezen en laveloos door de winkel struinde had hij me gelukkig geholpen. Een paar dagen later nam hij ons mee naar een izakaya (eettent/kroeg, Japanse stijl waarbij je dus op de grond zit en voor een gefixeerd bedrag onbeperkt kan drinken!). Holy shit, izakaya zijn gebaseerd op Japanse standaarden, maar little do they know dat mensen zoals ik en Matthias even langskomen om flink te tanken.. Hide en zijn vriendin Chiharu namen ons dus mee en wij hadden een topavond beleefd. Ten minste, de meesten van ons.

Geniale avond~!

Wij hebben dus telefoons gekocht en in Japan is dat niet zo moeilijk, want je hebt de keuze uit vier providers. Ons werd het makkelijker gemaakt, want wij konden uit twee kiezen: Softbank of AU. Het verschil is dat je bij Softbank je telefoon meteen koopt, maar bijna 24 uur onbeperkt kan bellen met mensen die ook Softbank hebben. Met AU is het zo dat je je telefoon later afkoopt en je het op het moment zelf gratis meeneemt. Zo heb ik voor Softbank gekozen en is mijn telefoon awesome! Ik wou eerst een roze, maar na drie uur in de winkel te hebben gezeten werd mij verteld datie was uitverkocht. Teleurgesteld en een beetje geïrriteerd besloot ik maar een witte te kopen. Ik heb zelfs TV op mijn telefoon! Aan sms doen ze hier niet, ze mailen. Dus eh, als je de behoefte om naar mijn telefoon-mailadres te mailen hebt, do ask.

De dag daarop hadden wij een openingsceremonie op de Universiteit. Dit hield voornamelijk in dat wij ons moesten voorstellen aan alle andere uitwisselingsstudenten en de docenten. Met andere woorden, voor veel mensen in het openbaar spreken en zeven kleuren schijten. Zo hadden de meesten van ons zich netjes aangekleed en namen we plaats in de aula. Ik kreeg het ongelooflijk benauwd toen ik vooraan moest zitten; alleen wel te verstaan! Ik probeerde niet te bewegen en zelfs niet te ademen toen de microfoon langzaamaan mijn richting opkwam. Het viel me wel meteen op dat iedereen voor mij zich in het Engels had voorgesteld. Dat weigerde ik pertinent en stelde mijzelf in mijn beste Japans voor en zette zo de toon voor de rest. Toen ik een charmante buiging maakte gaf ik de microfoon aan Matthias en zakte ik in mijn stoel. Helemaal trots op mijzelf bekeek ik de rest. Hoewel ik niet bewoog gaf ik mezelf een air-schouderklop.

Het was trouwens O-kunchi in Nagasaki. Festival ter ere van de herfst en wij zijn er natuurlijk heen geweest. Nadat we de drakendans bij de Suwa-tempel hadden gezien gingen we naar de haven om allerlei lekkere hapjes te proeven. Het lekkerste was een okonomiyaki op een stokje! Ik wil best uitleggen wat het is, maar ik ben te lui. Daarna hadden we gechillt in het parkje vlakbij de prachtige haven van Nagasaki. Ik was later nog een keer teruggeweest en genoot van het uitzicht. Ik wil er spontaan Haiku van schrijven!

Mijn tijdlijn klopt niet helemaal, want na de izakaya wilde Hide en zijn vriendin ons het Vredespark en het Atoombom-museum laten zien. Gezien het feit dat ik gek ben op dit soort excursies wilde ik graag mee, maar ik was het niet eens met Hide’s voorkeur voor tijd: 1 uur daar zijn, terwijl we de nacht ervoor hadden zitten tanken en naar huis hadden gelopen vanaf Hama no machi! Hallo! Ik heb anderhalf uur op hakken zitten lopen, wat ben ik toch een bikkel!

Wederom met Hide en Chiharu bekeken we het atoombom monument. Hoewel het rond de dertig graden was, weerhield het mij niet om te genieten van deze prachtige sculptuur. Nadat ik de de symboliek achter het sculptuur had gelezen besefte ik me op dat moment heel goed waar ik was. Ik stond gewoon op een plek die ongeveer vijftig jaar geleden grotendeels was weggevaagd en afgebrand. Zo voelde ik me heel naar toen ik in het hypocentrum van waar de atoombom was gevallen stond. Er stond een zwarte granieten blok op de plek van impact en ik keek naar de hemel en vroeg me af hoe die om 11:02, 9 Augustus 1945 eruit had gezien. Een beetje emo besloot ik om heel dankbaar te zijn dat ik nu hier sta en zoiets te zien krijg. Ik nam ook mijn tijd in het Atoombom-museum en probeerde alles te lezen en bekijken.

Later die dag zijn we bij de sushiya gaan eten, een echte loopband restaurant waarbij je bordjes met lekkers van de band haalt. Hoewel ik niet zo’n visfan ben en ondanks het feit dat Hide me allerlei zeemonsters wilde aansmeren at ik voornamelijk sushi met ei en met slechts een stapel van vijf bordjes zat ik vol!
Terwijl ik dit schrijf graaf ik behoorlijk diep in mijn geheugen en terroriseer ik de buren met Pussycatdolls muziek, maar ik moet even melden dat we een oriëntatie op ons huis hadden. Gezeik in de seminar-room waar we bij aanwezig moesten zijn en waarbij er werd geouwehoerd over hoe we vuilnis moeten sorteren en dat we geen bezoek mogen laten overnachten. Dat was uiterst geestdodend. Ik stierf die dag een beetje van binnen.

Ik voel me zo opgejaagd met bloggen en ik loop behoorlijk achter, dus laat nog even wat over mijn rooster vertellen. Die ziet er als volgt uit:

Maandag:
8:50 – 10:20: Lezen
10:30 – 12:00: Lezen
12:50 - 14:20: Kanji
14:30 – 16:00: (1x per maand een workshop: Japanse dans, kimono, ikebana, theeceremonie, kalligrafie)

Dinsdag:
10:30 – 12:00: Special Course on Japanse (eigenlijk elke week een spreekbeurt..)

Woensdag:
8:50 – 10:20: Luistervaardigheid
12:50 – 14:20: Conversatie

Donderdag:
12:50 – 14:20: Conversatie

Vrijdag:
Vrij!

maandag 13 oktober 2008

Bye Bye Tokyo, Hello Nagasaki!


Yoshu, Disneyland Tokyo!


Dag 6

Vandaag was de dag waar Hotoke-sama naar heeft uitgekeken; we zouden namelijk naar Disneyland Tokyo gaan! In het begin had ik er niet zo gek veel behoefte aan, maar achteraf vond ik het tof dat we zijn gegaan. We vertrokken belachelijk vroeg, omdat Matthias erop stond dat we heel de dag zouden benutten. Ik wil natuurlijk veel karma-qudows verdienen, dus kon ik de Boeddha niet tegenspreken.

Het geniaalste gedeelte van die dag was de hoedjes die we hadden gekocht! Ik had mijn zinnen op zo’n Minnie Mouse hoed gezet, dus nadat ik dit aangeschaft had, droeg ik het heel de dag. Ik voelde me net zes met mijn geweldige oren en ik had het idee dat Rolf en Matthias zich nog jonger voelden met hun Mickey en Stitch hoedjes!


Omdat ik ondertussen vanuit Nagasaki blog zijn een hoop spannende Disney-avonturen uit mijn geheugen verdwenen, maar een ding zal me nog lang bijblijven. Ten eerste, heb ik altijd briljante ideeën en besloot ik, ook al regende het vet hard, in de Vliegende Dombo te gaan. Dit is trouwens een pauperversie van de Breakdance.

Hoe dan ook, nadat ik en de Boeddha een dik kwartier in de rij stonden en eindelijk aan de beurt waren, irriteerde ik me mateloos aan een mevrouw die daar werkte en die als een bezetene naar me zat te glimlachen. Nadat ik mijn ergernis niet voor me kon houden besloot ik haar na te doen, maar zoals gewoonlijk, werd ik betrapt op mijn idiote gedrag. Het is nog steeds speculatie, maar ik geloof dat ze me keihard terug wilde pakken, omdat ze mij als enige een Engelstalige boekje met regels gaf. Achteraf vroeg ze of ik het wel helemaal had begrepen.. Met een geveinsde glimlach besloot ik mijn vernedering te volharden en stapte ik met een stoïcijns gezicht in de Dombo. Heks.

Reichan, Rocchan en Macchan doen de Tanuki-slaap in de metro van Tokyo

Na Disney kwamen we redelijk laat thuis aan en moesten we eigenlijk allemaal nog inpakken, want we moesten al om half zeven 's ochtends in de shinkansen zitten. Met enige zelfkennis wist ik dat ik niet moest gaan slapen, omdat ik dan van mijn levensdagen niet zou kunnen opstaan, dus besloot ik samen met Rolf en Matthias nog een laatste keer naar karaoke te gaan. Eenmaal daar viel het me meteen op dat onze energielevels behoorlijk laag waren, maar dit weerhield ons niet om de meest foute nummers te verkrachten.

Zonder te hebben geslapen vertrokken we om half vijf stipt vanuit ons hosteltje en gingen we met onze zware koffers richting Tokyo Eki (CS). Gelukkig was het niet druk in de metro, anders hadden we een behoorlijk probleem gehad. Hoe dan ook, het was ons gelukt om, na enig gezeik met koffers die op plekken stonden waar ze niet hoorden te staan, rustig in de shinkansen te zitten. Ik voel me redelijk wakker en wilde nog even DS-en, maar nadat ik te lui was om Dragonball in het Japans te spelen voelde ik mijn oogleden richting half zeven gaan. Zo was ik vijf uur lang van de kaart en heb ik geniale uitzichten over Kyoto, Osaka en Hiroshima gemist.

In Fukuoka hadden we slechts een kwartier om over te stappen, maar dat ging goed. Na nog iets van een uurtje in de trein te hebben gezeten kwamen we aan in ons nieuwe thuis: Nagasaki!

Onze nieuwe thuis

Omdat onze spullen zo gigantisch waren en de gemiddelde Japanner een hernia kunnen bezorgen besloot ik meteen om mee te gaan in de taxi. Met kritische blikken dachten ik, Matthias en Martijn meteen dat Nagasaki er een beetje pauper uitzag. Zo lang konden we er niet over nadenken, omdat we al gauw bij het centrum voor buitenlandse studenten in Nagasaki University aankwamen.

Meteen kregen we allerlei formulieren in onze handjes gedouwd en moesten we talloze gegevens invullen, maar dit deerde allemaal niet toen ik de sleutel van mijn nieuwe kamertje in mijn handjes kreeg! Op de vierde verdieping, in kamer 402, zal ik van mijn verblijf in Japan genieten! Ik wilde meteen het tweepersoonsbed en Glynis wilde met me ruilen, dus dat was goed geregeld. Mijn buren zijn Pyke, Matthias en Rolf, waar ik ondertussen parttime, 's avonds woon. Hoe dan ook, het leven hier is geniaal! Ik ben me bewust van het feit dat ik achterloop met bloggen, maar voorlopig is de mogelijkheid om te internetten hier gering, omdat elke godvergeten avond een stel Chinezen hier World of Warcraft zitten te spelen!

zondag 5 oktober 2008

Dag 3,4,5

Ik voor het Keizerlijk Paleis in het prachtige Ginza

Dag 3

Dit is een pijnlijk onderwerp, omdat we om tien uur 's ochtends hadden afgesproken. Opstaan leek een onmogelijk gezien het feit dat ik slechts een uurtje of vier had geslapen na ons geniale karaoke-uitje. De jongens waren nog om vier uur ’s nachts naar de Tsukiji-vismarkt geweest en stonden met een hun brakke hoofden een uurtje later op.

Ik bedekte mijn immense wallen met een gigantische zonnebril en besloot vandaag min of meer het initiatief te nemen en de dag in te plannen. Ik wilde heel graag Ginza zien, omdat dit de eerste moderne Japanse wijk is en vol gebouwd zit met glimmende, torenhoge warenhuizen. Dit was meteen te zien toen we op het Ginza-station aankwamen en al gauw in de gaten kregen dat alles daadwerkelijk shiny en clean was. Hoe dan ook, we waren hongerig en het konbini-eten begon te vervelen. Konbini staat voor convenience store en is dus een plek waar je 24/7 terecht kan, eten kan kopen, kan pinnen etc. We wilden lekkere broodjes in een department store halen, dus keken we al kwijlend naar al het lekkers. Nadat we wat broodjes hadden uitgekozen werden ze behoorlijk netjes verpakt en verzegeld met een gouden strik. Ik mag Japan wel, dacht ik op dat moment.

Ik, helemaal gek op Ginza!

De gasten (Boeddha, Blonde God en Schoen) hadden geen zin in het bekijken van glimmende hebbedingetjes, dus besloten we ons op te splitsen. Dit resulteerde in het feit dat ik en Glynis naar het Keizerlijk Paleis begonnen te wandelen.

Het was ongelooflijk hard bikkelen onder de hete zon, maar de moeite waard. We bereikten na een half uur een gigantische park waar allerlei mensen zaten te chillen onder het genot van een geniaal uitzicht op alle wolkenkrabbers, het Keizerlijk Paleis en de Nijuu-bashi (brug). De plek waar je naar het paleis kon staren werd bewaakt door chagrijnige beveiligers met mooie, witte handschoentjes. Nadat ik niet de ballen had om met ze op de foto te gaan, vonden we dat de jongens dit super uitzicht ook moesten komen bewonderen, dus we bikkelden terug naar het centrum van Ginza. Nadat ik knetterhard het half uurtje terug had gelopen voelde ik me toch wel brak na de nachtelijke zangsessies, maar toch terroriseerde ik iedereen met het idee om naar Yasukuni-schrijn te gaan. Dit is een schrijn voor Japanse oorlogsslachtoffers, of verheerlijking van het Japanse Imperium tijdens WO2.

Beruchte Yasukuni-schrijn

Nadat ik met mijn coördinatie van een baksteen iedereen in de metro navigeerde arriveerden we in wijk Shinjuku. Iedereen was een beetje moe tijdens het bezoek aan de schrijn, maar ik voelde me in mijn element, omdat ik militaire geschiedenis geweldig vind. Ik liep het museum binnen en begon foto’s van een Japanse zero-vliegtuig te maken.

Waar we ook heel graag naartoe wilden was Tokyo Tower, het equivalent van de Eifeltoren, maar dan 13 meter hoger. Japan moet het immers, ietwat beter doen. Ik genoot onwijs van het mooie uitzicht van de nachtelijke skyline van Tokyo en vond mezelf tof dat ik me had ingeschreven voor dit avontuur. Dit soort kleine dingen in het leven moet je koesteren.

Al die euforische gevoelens maken hongerig, dus begonnen we uit te vogelen in welke wijk we goedkoop konden eten. Shinjuku dus. Door het gebrek aan eettentjes besloten we maar de eerste de beste traditionele eettent binnen te stappen. We werden meteen raar aangestaard door de gasten die daar werkten en ze roddelden ongetwijfeld over ons, maar it’s all good. Daarna besloten we even Shinjuku te verkennen en de meesten waren niet onder de indruk van de pauperness. Ik, daarentegen, genoot met volle teugen! Wat een wijk! Het heeft zo’n aparte, undergroud vibe, de apocalyptische zwarte gebouwen met rode accenten, verlaten steegjes en een mysterieus uitzicht. Vanaf dat moment wist ik dat hier nog een blokje om moest maken! Teleurgesteld in het feit dat de rest oh zo moe was, besloot ik alleen met Matthias te gaan wandelen door deze prachtwijk. Wandelend door obscure straten bewonderde ik alle sigarettenautomaten, want sigaretten hier zijn spotgoedkoop! Ongeveer 300 yen per pakje! (2 euro)

Ik aanbid de sigaretten-Kami

Terwijl we foto’s zaten te maken van een verlaten tunnel zagen we een zooi spullen staan. Ik twijfelde even aan mijn moreel en wilde even op een karretje springen, maar het bleek dat deze spullen van iemand waren. Een burakumin zat tussen het hoopje spullen, luisterend naar muziek (Ipod!), boekje lezend, noodels te eten. We voelden ons lullig en hoopten niet dat hij dat dacht dat we foto’s van hem aan het maken waren.

Daarna kreeg ik het koud en terwijl ik een hete blik koffie uit de automaat trok gingen we maar richting station. (Je zou denken dat het vervoer in Tokyo oh zo 24/7 is. Nou mooi niet, de laatste metro vertrekt rond twaalven en dat op een zaterdag). Eenmaal op het perron zagen we staan dat het een perron voor alleen vrouwen was en gezien het feit dat Hotoke-same geen vrouw is (27 Dresses?), gingen we naar een andere. Er bestaan zoiets als een vrouwenperron, omdat het ten eerste veiliger is en ten tweede omdat mannen vrouwen bij hun kont grijpen tijdens druktes. Vieze チカン。

Shinjuku! Mijn grote liefde!

Atashirashikunai ga, geen nachtelijke escapades verder.

Dag 4: Kamakura

Vandaag het moment waar ik me zolang op verheugde! We gingen naar Kamakura! Het is een pittoresk stadje vlakbij Tokyo, voorzien van talloze tempelcomplexen. We hadden geluk dat een vriendin van Milan ons daar rond wilde leiden, dus we verzamelden ons op het station. Aanwezigen: Matthias, Rolf, Glynis, Ward, Milan, Martijn, Jurre, Sander, Natsumi (Milan’s vriendin), Saori (Natsumi’s vriendin), Akio, Yoko en nog een meisje dat vet goed Engels kon, maar wiens naam ik ben vergeten!

Mijn droom komt uit! Ik sta voor de Daibutsu in Kamakura

We bezochten vier plekken, maar de meest geniale was de Daibutsu (Grote Boeddha). Hij is prachtig!

Oja, op een gegeven moment werd ik aangesproken door een klein meisje die in gebrekkig Engels aan mij vroeg of ik met haar op de foto wilde. Toen ik zei dat ik wel Japans kon, trok ze wit weg, maar was nog wel bereid om op de foto te gaan. Fijn dat ik aan word gezien als een of andere roodharige barbaar.

Al die culturele uitstapjes maken hongerig, dus besloten we met de hele gang naar Yokohama te gaan. Voordat ik het wist zaten we te eten in een all you can tent (13 euro) in de Chinatown van Yokohama. Omdat we met zo’n grote groep waren zaten we aan twee tafels. Akio maakte random opmerkingen dat hij met een lief, Nederlands meisje wilde trouwen en dat dit zijn droom was. Hoewel ik niet goed wist of dat een hint was of niet, vertelde ik hem over greencard huwelijken in Amerika en mijn halfzus (die daar gebruik van heeft gemaakt). Hij vond dit wel tof.

Akio wilt uiteindelijk in Nederland werken, omdat er veel vakantiedagen zijn en het leven er rustiger is. Om de een of andere reden kreeg hij het idee dat ik hem en zijn hints irritant vond, maar dat was niet zo. Ik vermaakte mezelf door de Blonde God uit te lachen, die naast een meisje zat die wel heel graag wilde trouwen. Toen ze aan hem vroeg of hij wilde trouwen, lachten we enorm en vonden dat hij instant verloofd was. Ik had het wel moeilijk om de Japanse gesprekken te volgen en flipte steeds als ze mij een vraag stelden. Wel gelijk de brutaalste, op welke mannen ik viel en waar Nederlandse mannen op zoek naar zijn. Ze waren verbaasd dat ik op donker haar en donkere ogen viel en vonden dat ik niets met een Japanner moest beginnen omdat ze zulke workaholics zijn. Ik maar denken dat Japanners subtiel zijn.

Even later kregen we de haven van Yokohama te zien en het kantoor waar Akio werkt. Toen ik hem vroeg hoe het leven als salaryman was zei hij dat ik geen domme vragen moest stellen en met hem moest trouwen. (Of iets in die trant). Ook toen ik naar de openbare wc wilde trok Saori me bij de arm en zei dat ik het gevaarlijk was omdat er lijpo's zijn die random mensen neersteken. Ik zal het onthouden.

Hoewel wij allemaal hondsmoe waren wilden we met zijn allen naar karaoke! Martijn is een stouterd omdat hij vijf keer achter elkaar nummers voor zich zelf zat in te stellen. Na een paar uur ging de helft weg en bleef de harde kern keihard tot half vijf.

Dag 4: Ghibli museum

Vandaag was het niet zo spannend voor me, omdat het Ghibli museum op het programma stond. Ik had zoiets van.. hoeft niet hoor.

Het museam van Miyazaki Hayao. Ok, mag wel.

Later spraken we met Natsumi en Saori af in de Starbucks. Saori is trouwens vet lief, want de dag ervoor had ik met haar zitten babbelen over Cheburashka (Russich poppetje, childhood sentiment, vet famous in Japan) en gaf ze mij een boekje cadeau! Vet lief! En ik ken haar niet eens 24 uur! Ze vroeg ook wat ik later ging doen en ik zei dat de jongens naar Akihabara wilden en ik eigenlijk wilde winkelen in Shibuya. Rolf en Glynis wilden niet naar Shibuya en dat betekende dat ik alleen moest gaan. Ik werd een beetje nerveus door dit soort turn of events, dus zei Saori dat zij en Natsumi wel mee zouden gaan. Ik voelde me een beetje schuldig omdat ik hun meesleepte.

Uiteindelijk wilde Natsumi nog wat tijd spenderen met Milan, dus nam Saori me mee naar 109, een beruchte department store. Ik hoorde Natsumi eerder zeggen dat het daar eng was en toen ik vroeg waarom zei ze dat daar allemaal eng geblondeerde mokkels rondliepen die niet meer op Japanners lijken. Altijd in voor de circus stond ik erop om daarheen te gaan. Het was daar inderdaad eng, maar dat was niet het vervelende. In Japan is het zo dat op het moment dat een winkel binnenloopt men op een irritante wijze “Irasshaimase!” (wees welkom) naar je roept. Als je dat tachtig keer op een dag hebt gehoord, dan wil je niets liever dan de winkels vermijden. Ik ben het ondertussen nog niet gewend en heb de neiging om zelf met een irritante stem hetzelfde terug te roepen. Wat me ook opvalt aan Japanse meisjes is dat ze altijd korte broekjes of rokjes dragen en dat hun bovenlichamen bedekt zijn. Denk aan de combinatie hotpants, uggs, bontmuts, maar ik ben in Japan ik klaag niet.

De Boeddha en ik genieten van cocktails!

Na wat entertainment in de regen gingen we met zijn allen naar een kroegje waar je eerst je schoenen uit moest doen. Uiteraard dronk ik samen met drie gasten een fles sake leeg gevolgd door heerlijke Malibu-cocktails. Jammer genoeg moesten we vroeg weg, omdat we afhankelijk van de metro waren. Dit bedierf de pret niet, want ik ging samen met Matthias, Rolf, Martijn en Jurre naar een kroeg (Kokoro-bar, duurste kroeg in Asakusa) in de buurt. Het oogde stylish vanwege de zachte jazzmuziek, gedimd licht en enkel een koppeltje aan de bar. We waren het meteen met elkaar eens dat het pauper was omdat de drankkaart handgeschreven was, maar slaagden er toch in om allerlei alcoholische versnaperingen door elkaar te drinken.

Volgens mij vond de barman ons een beetje irritant, want wij verjoegen de laatste klanten. De avond verliep geniaal nadat de jongens perse twee keer naar de MacD wilden en vervolgens de hooligans uithingen in de gang van onze hostel. Martijn was voor mijn deur allerlei snode plannen te broeden, maar rond vijven besloten we toch te gaan maffen.